Informatie over de gemeente Vlaardingen
Aantal inwoners: 70500
Oppervlak: 26.71 km²
Netnummer: 010
Burgemeester: Tjerk Bruinsma (PvdA)
Cultuur:
Het gebied dat tegenwoordig Vlaardingen heet behoort tot de oudst bekende bewoonde gebieden in Holland. Uit opgravingen blijkt dat er al ten tijde van de late Steentijd mensen in Vlaardingen woonden. Men spreekt van de Vlaardingencultuur en de periode waaruit de gevonden nederzetting dateert heet de Vlaardingen-tijd (3500 tot 2500 voor Chr.). In 1990 werd aan de rand van Vlaardingen een ruim 3300 jaar oud skelet gevonden. zeventien jaar later werd bekend, dat hierin het oudste menselijke celkern-DNA zat, dat tot op heden in Nederland is vastgesteld. Het skelet wordt de Krabbeplasman genoemd, naar de plek waar hij gevonden is.
Vlaardingen verkreeg waarschijnlijk voor 1273 stadsrechten. In 1273 verleent Graaf Floris V, stadsrechten die erop wijzen dat ze een uitbreiding zijn van eerder verleende rechten. Ook het stadsrecht van 1273 werd daarna verschillende malen uitgebreid. Dat heeft echter nooit geleid tot de bouw van stadsmuren. Meer dan een gracht (de Biersloot?) en hekken op de toegangswegen heeft de stad als afgrenzing nooit gekend. Wel werden bij archeologische opgravingen aan de Kortedijk restanten van een fundering ontdekt, die mogelijk wijzen op de aanwezigheid van een poortgebouw. Aan het begin van de Tachtigjarige Oorlog is sprake van een 'open stad' en is Vlaardingen nauwelijks te verdedigen. Wanneer de Spanjaarden de Schans in Maaslandsluis (Maassluis) in 1574 in bezit nemen dreigt Vlaardingen een uitvalsbasis voor Spaanse aanvallen op prinsgezind Schiedam te worden. Willem van Oranje besluit daarom dat Vlaardingen onbruikbaar voor de vijand gemaakt moet worden. Een groep poorters van Schiedam besluit daarop Vlaardingen te plunderen en in brand te steken. Nauwelijks enig gebouw lijkt daarbij gespaard te zijn. Gevluchte Vlaardingers worden bij de stadspoorten van Schiedam de toegang tot de stad geweigerd. Tot in de twintigste eeuw was er sprake van schermutselingen tussen Schiedamse en Vlaardingse jeugd op de grens van beide steden, waarvan wordt gezegd dat deze terug gaan op deze geschiedenis.
Na de stadsbrand herstelde de stad zich maar moeizaam. Aan het begin van de zeventiende eeuw had het dorp Maassluis aanmerkelijk meer huizen dan de stad Vlaardingen. Tijdens het Twaalfjarig Bestand ging de ambachtsheerlijkheid van Vlaardingen en Vlaardingerambacht over in handen van de Amsterdamse koopman Van Ruytenburg. Vlaardingen was en bleef een soort halfstad, deels met eigen rechten, deels onder het gezag van de ambachtsheer. De Vlaardingers zouden in de eeuwen daarna nog heel wat strijd blijven leveren om hun rechten veilig te stellen. De tweede ambachtsheer Van Ruytenburg, Willem, is echter wereldberoemd. Hij staat in zijn gouden praalharnas pontificaal op de voorgrond van De Nachtwacht. Sinds de gemeente Vlaardingen in 1830 de ambachtsheerlijkheid kocht (van de familie Van Leyden Gael) is de stad echter zelf 'ambachtsheer'.
Belangrijk voor de stad is zeker vanaf de achttiende eeuw de haringvisserij. Schiedam en Rotterdam waren tot die tijd ook belangrijke vissersplaatsen. Schiedam gaat zich echter meer toeleggen op de jeneverindustrie, Rotterdam meer op de handel. Dat leidt ertoe dat Vlaardingen zich meer op de zeevisserij kan gaan toeleggen en als vissersplaats kan opbloeien. De stad overvleugelde daarbij alras ook Maassluis. Er ontstond langzaam maar zeker wel een monocultuur, waarbij vrijwel iedereen in de stad economisch afhankelijk was van de visserij. Dat wreekte zich uiteraard in oorlogstijd, als de vloot niet uit kon varen. Ook gedurende de tijd dat het Continentale Stelsel werd gehandhaafd (tijdens de inlijving in het Franse Keizerrijk) was het in Vlaardingen armoe troef. Na de totstandkoming van het soeverein vorstendom der Nederlanden, in 1813, kon Vlaardingen zich echter ontwikkelen tot de belangrijkste Nederlandse haven voor de haringvisserij. Wel was de verzanding van de Maasmond een probleem. De aanleg van het Kanaal door Voorne en later de Nieuwe Waterweg waren daarom voor Vlaardingen van grote betekenis. Hetzelfde geldt voor de aansluiting op het spoor in 1881. De export van haring naar Duitsland kon daardoor enorm toenemen.
De Vlaardingse haven is altijd van groot belang geweest omdat deze zowel een goede zeehaven als een goede Rijn- en Maashaven was. Aan het einde van de negentiende eeuw ontwikkelt zich daardoor ook industrie die van die havenfaciliteiten kan profiteren. Naast een boterfabriek (uitvoer naar Engeland) moet hierbij vooral ook de meelfabriek van de gebroeders Van Dusseldorp worden genoemd. Het belangrijkste gebouw ervan, uit de jaren tachtig van de negentiende eeuw, werd door een Waalse firma ontworpen. De kennis die nodig is voor het bouwen van een stoommeelfabriek was in de Noordelijke Nederlanden nog onvoldoende beschikbaar. Het fabrieksgebouw, vanwege zijn laatste functie bekend als 'de Pelmolen' (er werden erwten gepeld) staat aan de monding van de Oude Haven. Het is verbouwd tot appartementencomplex (naar ontwerp van GelukTreurniet Architecten uit Vlaardingen).
Musea:
Museumschip Hudson (zie ook externe links)
Muziekinformatie- en documentatiecentrum Ton Stolk
Streekmuseum Jan Anderson
Visserij & Vlaardings Museum (zie ook externe links)
Bezienswaardigheden:
de Markt met het oude stadhuis en de Grote Kerk en vele andere monumenten
de Stadsgehoorzaal, van architect van Ravesteyn, in 2007 voorzien van een glazen foyer aan de straatzijde
de Visbank, waarvan een miniatuur in Madurodam staat
molen Aeolus (1790)
de Oude Haven, met voor het Visserij & Vlaardings Museum een replica van de houten stadskraan uit 1858 en de haringlogger VL92 Balder
inclusief bovengenoemde telt Vlaardingen 56 rijksmonumenten.
Het Volksbos.
Evenementen:
Festivals en evenementen:
Doe FF Normaal, einddag medio mei
Jeugdstad (in de kerstvakanties voor de basisschooljeugd)
Lentemarkt
Nazomeren
VL. Loggerfestival (als opvolger van het Haring en Bierfeest)
Zomerterras (muziek en cultuur)
Vlaardings Eenakter Festival
Sport:
Korfbalvereniging KVV/Ridderhof
Honkbal Honk- en Softbalvereniging S.C. Vlaardingen Holy
Badminton Badmintonvereniging Vijfsluizen
Waterpolo Zwemvereniging Zwemvereniging Vlaardingen
Voetbal Voetbalverenigingen VFC, CWO, Zwaluwen, Cion, Victoria'04, Deltasport en DVO'32
Turnen Turnverenigingen Leonidas Dovido, Triade
Atletiek Atletiekvereniging AV Fortuna
Handbal Handbalvereniging HWC
Hockey Vlaardingse Mixed Hockey Club "Pollux" (VMHC-Pollux)
Politiek:
Mr. T.P.J. Bruinsma
Burgemeester
J. (Hans) Versluijs
Wethouder, locoburgemeester Partij van de Arbeid
V.E.M. (Vera) Kalf-Müller
Wethouder Volkspartij voor Vrijheid en Democratie
J.L. (Jan) Robberegt
Wethouder GroenLinks
C.T. (Cees) Oosterom
Wethouder Christen Democratisch Appèl
L.F.M. (Leo) ten Have
Wethouder VV2000/Leefbaar Vlaardingen,
mede namens Stads Belangen Vlaardingen
C. (Cees) Kruyt
Gemeentesecretaris
Overig:
De oude gemeenten Zouteveen en Babberspoler werden in de negentiende eeuw bij de gemeente Vlaardingerambacht gevoegd. Vlaardingerambacht werd op zijn beurt in 1941 grotendeels bij Vlaardingen gevoegd door de Duitse bezettingsmacht. Een belangrijk deel van Vlaardingerambacht (ten noorden van de Zweth) werd toen echter bij Schipluiden gevoegd; een klein deel bij Schiedam. Later werd een deel van de Aalkeet-Binnenpolder en van de Aalkeet-Buitenpolder, daarvoor gemeente Maasland, bij Vlaardingen gevoegd. Bij de aanleg van de Beneluxtunnel, waarvoor de Vlaardingse burgemeester Jan Heusdens zich met name heeft ingespannen, zijn de Vlaardingse percelen waarop de tunnel en de Rijksweg 4 werden aangelegd bij Schiedam gevoegd.
Na de Tweede Wereldoorlog ontwikkelde Vlaardingen zich tot een echte Wederopbouwstad. Vlaardingen behield nog lang de positie van de derde zeehaven en tweede Rijnhaven van Nederland (een positie die de stad in het Interbellum had verkregen, maar inmiddels verloren heeft). Willem van Tijen werd aangetrokken als stedenbouwkundige. Hij ontwierp enkele typische wederopbouwwijken, waarvan Babberspolder-Oost en de Westwijk als schoolvoorbeelden van zijn stedenbouwkundige opvattingen mogen gelden. Zelf ontwierp hij woningen langs de Van Beethovensingel en in de Babberspolder. In zijn kielzog volgden bekende architecten, zoals Marius Duintjer (Politiebureau, gesloopt), Herman Haan (villa's en industriegebouwen), Dirk Roosenburg (technische school, gesloopt), Hugh Maaskant (Gerfa Gereedschappenfabriek, fabriekshallen Cincinnati, appartementen langs de Maasboulevard), Joost Boks (Deltahotel, Villa aan de Schiedamseweg, kantoor E.N.C.K., kantoor Nieuwe Matex, Holyziekenhuis), Koen van der Gaast (Station Vlaardingen Oost), J.B. baron van Asbeck (Ichthuskerk) en vele anderen.
Behalve een enorme explosie van het aantal woningen, die zelfs voor de Wederopbouwperiode opmerkelijk is, ontwikkelden zich ook de industrie en havenactiviteiten. Dit bracht een toestroom van arbeiders uit de zuidelijker en westelijker gelegen landsdelen met zich mee. De droom van de jaren zestig, een groei tot 135.000 inwoners, zou echter nooit werkelijkheid worden. De industrialisatie toonde ondertussen wel zijn keerzijde. Vlaardingen kreeg zelfs enige tijd een slechte naam vanwege luchtverontreiniging en stankoverlast. De sluiting van een middelbare school vanwege de luchtverontreiniging werd landelijk nieuws en is de directe aanleiding voor de rijksoverheid de regio te saneren. De ruimtelijke ordening in Nederland veranderde ondertussen en er worden groeikernen aangewezen. Vlaardingen werd geen groeikern en de ontwikkeling stagneerde na enige tijd. De stad werd steeds meer een forensenstad, aanvankelijk voor veel mensen die in de petrochemische industrie werkten. De belangrijkste werkgever is tegenwoordig het Unilever Research Laboratorium. De werknemers daarvan wonen echter voor een belangrijk deel buiten de stad. Een belangrijk probleem blijkt het binden van economisch draagkrachtige inwoners, omdat de woningvoorraad daarop niet is toegesneden.